Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

*e>4 IV. Hoofdstuk wysheid hem aangrypen, en de Eeuwigheid inroepen om haar recht te verfchaffen.

V. Deze bygebragte bewyzen voldoen: maar, zeg my, op hoedaanig een wyze ik dit Eeuwig, noodzaakelyk, Wys en allervolmaakfl wezen meer van naby kan leeren kennen ?

A. Door deszelfs Naamen, wezen, cigenfchappen en werken te befchouwen.

V. Kan en moet men God eigentlyk Naamen toefchryven?

A. Wyl God, als een allerbyzonderlt wezen, door zyne oneindige Natuur, van alle andere wezens, die buiten hem zyn, genoeg onderfcheiden is, kan en behoeft men hem eigentlyk geene onderfcheid maakende naamen te geeven : — Ja, vermits God een wezen is, het welk onze bevatting verre te boven gaat, en 'er derhalven geene naamen kunnen worden uitgedagt, die zyn oneindig volmaakt wezen uitdrukken, fchynt zelfs de H. Schriftuur aan God naamen te ontrekken; — Gen. 32: vs 29. Waarom is het,

dat

Sluiten