Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Over Gods Bestaan, &c. 211 Gelyk ons de Jooden vernaaien, dat zekere Ramban te Barzilonien, voor den Koning, door de uitfpraak van den naam mn>, een groot Schip in Zeê gebragt heeft, waar toe te vooren veelen hunne vermogens ydel verfpilt hadden; ja, hunneondraagelyke Godslafieringen gaan zo verre, dat zy beweeren, dat deze byzondere kracht, welken zy aan de naam nirr toe-eigenen, vooral in Mozes en Cbrif}us,op eene uitfteekende wyze heeft doorgeftraalt ;-van hier dat de Jooden , wanneer men hen van de Godheid van Chriftus tracht te overreeden, door zyne Wonder, werken, als tekenen zyner Godheid, voor te ftellen, niet ontkennen dat Chriflus Wonderwerken gedaan heeft: maar beweeren dat hy dezelve, alleen door het wel uitfpreeken

van de naam niiT» heeft voorgebragt;

voorts beuzelen zy dat de Zaligmaaker, op zekere tyd in den Tempel treedende, deze naam vond gefchreeven ftaan op een der hoekfteenen, en dezelve opfchreef, en eene opening of infnyding in zyne dye gemaakt hebbende, die daar tusfchen voegde,—dat O 2 de

Sluiten