Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ovkr Gobs Bestaan, &c. 219 ftaande houden tegen Benediclus deSpinofa, — ftellende die maar een eenige zelfftandigheid in de Natuur , die mee oneindige toeeigeningen was voorzien, onder welken voornamelyk behoorden die van uitbreiding, en denking; — voorts ftelde hy dat die eene zelfjlandigheid eene werkende oorzaak was naar binnen: maarniet naar buiten;—daarenboven geloofde hy niet dat de Menfchen, die ten eenemaal onderfcheiden zyn van het redelooze Scliepfel, op zich zelve aangemerkt, zdjftandigheden waren: — maar al het geene wy gewoon zyn zeljfiandigheden te noemen, gaf hy den naam van onderhavigheden, of wyzingcn, tot die eene zel/fiandigheid te faamen behoorende, — Hy ftelde al verder wel een onderfcheid tuflchen Lichhaam en Geeft: maar begreep alle Lichhaamen als wyzingen van die eene zelf Handigheid, voor zo veel dezelve was uitgebreid, en alle Zielen der Menfchen als onderhavigheden van die zelfftandigheid, voor zo veel die in denken ook beftaat. — Helaas! welk een buitejfpoorig en redeloos gevoelen! hy maakt

dus

Sluiten