Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

224 IV. Hoofdstuk

„ dat alles, wat in zyne Natuur of Weezen

„ is, eene enkele gedachte is; — want, de-

zulken

N. Bouwen niet alleen op die CartefiaanJe Hypothefe, dat 's Menfchen geeft eene bloote gedagte is, dat geene, dat 'er Carteftus zelfs niet heeft op willen ftichten, die Medit. III, pag. 21. God befcbryft, als een hoagfl volmaakt en oneindig Wezen, en zegt door God te verftaan, eene verftandige en alvermogende zelfftandigheid: maar,

X De H. S. zelfs onderfcheidt de gedagten van God Pf, 92: vs 6. zeer diep zyne uwe gedagten, Jef. 55: vs 8. myne gedagten zyn niet ulieder gedagten,

J. Een daad moet altyd onderfcheiden worden van deszelfs daader, derhalven moet de gedagte , als daad , onderfcheiden worden van God, als het denkende onderwerp.

*j. Ailes kan onder de gedagten niet begreepen worden, als daar is, Gods Eeuwigheid, Eenvoudigheid, enz.

H. Men zoude kunnen vraagen, waarom heeft God, zo zyn Wezen in eene bloote gedagte

Sluiten