Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Over Gods Bestaan, &c. «33

Schoon wy nu, om onze zwakke bevatting te gemoet te komen, zulk een onderfcheid maaken tuflchen de Goddelyke Vol. maaktheden, gelooven wy echter,dat dezelven nog van eikanderen, nog van Gods Wezen, wezentlyk onderfcheiden zyn. —

V. Wat verftaat gy door Gods onajhangetykheid?

A. Die volmaaktheid Gods, door welke hy, voor zich zelve genoegzaam zynde, de genoegzaame rede van alter, wat buiten hem gevonden wordt, in zich bevat.

Het eerfte Lid van deze befchryving vinden wy Gen. J7: vs 1. Ik ben God de almachtige of a{genoegzaame; -— het tweede Lid Hand. 17: vs 25. alzo hy zelve het leeven, den adem en alle dingen geeft.

En de rede kan ons hier van ten vollen overtuigen, welke leert, dat

1. Alle Wezens zyn, of', afhangelyk, of, onafkangelyk; ajbangelyk te zyn, geeft een onvolmaaktheid te kennen , en kan derhalven in geen oneindig volmaakt Wezen vallen ; dus is God onafkangelyk, en voor zich zelve genoegzaam.

P 5 3. Leert

Sluiten