Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

33°" IV. Hoofdstuk Van agteren

' Blykt de waarheid van ons gezegde , uit de toevalligheid der gefchape Wezens, namelyk, wy zien veele toevallige Wezens rondsom ons, die uit en door zich zei ven niet beftaan kunnen; — zo men derhalven na eene oorzaak zoekt, door welken zy beflaan , en men bevind dezelven ook toevallig te zyn, zo volgt, dat die oorzaak geenfints door zich zelve is : maar ook eene oorzaak buiten zich gehad heeft; — zo deze wederom toevallig beftaat, volgt wederom het zelfde, om dat men nu in dit geval niet tot in het oneindige kan opklimmen , zo moet men eindelyk in eene eerfte oorzaak van alle toevallige wezens beruften, welke noodzaakelyk beftaat.

3. Strekt zich Gods onafhangelykheid uit tot zyn wezen; want, zo God onafhangelyk en voor zich zelve genoegzaam is, waarom zoude hy zulks meer zyn met betrekking tot zyn beftaan, als tot zyn wezen?

J. Niet minder is God onafhangelyk in zyne vermogens en werken, dis uit dezelven

Voort-

Sluiten