Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

244 IV. Hoofdstuk ' in de roeping der Heidenen, op verle plaatfen voorzegt; als wel in Abraham Kinderen te verwekken uit geringe en harde Steenen.

*. Dat deze plaatfe Math. 3: vs 9. Strekt ten betooge van Gods volftrekte, en niet van zyne daadelyke macht, blykt vooral uit den t'faamenhang, zo, der voorgaande, als daar op volgende woorden, —te weeten, —in het voorgaande 8fle vers, had de Dooper de Jooden aangefpoort en vermaant, om vrugten voortebrengen , waardig de bekeering: maar, weetende wat zy hem te gemoet zouden voeren, en, hoe zy zich zeiven en anderen altyd vermaakten, met te zeggen , wy hebben Abraham tot een Vader, laat hy 'er vs 9

Op volgen j£ pi &f»7s, htyni a 'euvlots, ica-rificf,

'iwiBfi t 'Ap&x't*, — als of hy wilde zeggen j gy roemt niet alleen op eene onwettige wyze, dat dbraham uwe Vader is,(namelyk, met betrekking tot den geeflelyken Zin van deze benaaming,) zo lahge gyl. zyn Geloof en Godsvrugt niet naarvolgt: — maar, door deze uwe aardfche Vader dus telkens te noemen , en daar op uwen roem te dragen, vergeet

Sluiten