Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Over Gods Bestaan, &c. 247

maaktheid in God zouden te kennen geeven. —■

2, Dezulken, die met Gods volmaaktheden zouden ftryden, naardien, hy volgens 2 Tim. 2: 13. zich zeiven niet kan verlochenen, hoedaanigen men gewoon is te zeggen zedelyk onmogelyk te zyn, om dat zy zou. den aanloopen tegen de wetten van Heiligheid.

3. De zulken, die de eindigheid van het Schepfel zouden wegneemen, als daar is, de oneindigheid, onafhangelykheid, de Eeuwigheid van de Waereld, en al wat eene volftrekte tegenftrydigheid medebrengt; — want, al wat oneindig is, kan uie geen deelen beftaan; derhalven is de Waereld , die uitgebreid is, en deelen buiten deelen heeft, eyndig, en kan in Eeuwigheid niet oneindig worden. — Welk ftuk wy in 't vervolg breeder hoopen uittehaalen , doch hier alleen bybrengen , om de dwaasheid te toonen van de Hypothefe van Cartefius, namelyk, dat God, door zyne volftrekte macht, zelfs, zo hy wilde, die dingen zoude kunnen voortel 4 bren-

Sluiten