Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

252 IV. Hoofdstuk gebied moeten onderwerpen: dan, zo alles van eene onafhangelyke God afhangt, is het onmogelyk dat 'er meer Goden zyn, ten zy de eene ook van den andere afhangt: — maar eene afhangelyke God is geen God. -

V. Vind men voor de allervolmaakte eenheid van Gods wezen en Eygenfchappen geen bewys in de Goddelyke alweetenheid?

A. Voorzeker; —laaten wy hooren , hoe eene der voornaamfte Godgeleerden hier uit redeneert!

Stellen wy (zegthy ) voor een ogenblik,dat 'er twee Goden zyn , waar van wy den eenen A. en den anderen B. zullen noemen; en dat God een Geefl is, die alles weet; de God, dien wy A noemen, en nu onder/lellen alles te weeten, weet dan ook, dat B aan* wezigis, en die weetenfehap is geenfints gelyk aan die, waar door God weet, dat wy „ zyn; dit weet hy, om dat hy ons heejt „ voortgebragt; — maar B, zo hy is, heejt „ zo wel een onbegonnen aanwezen, en dat » gegrond is in zyn eige Natuur, als A. —

» De

Sluiten