Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Over Gods Bestaan, &c. 26*9

zyne wezentlyke tegenwoordigheiddezelfde.-— V. Betreffende nu de wyze, waarop God overaltegenswoordig is, — wat moet men daaromtrent in aanmerking neemen?

A. L Dat deze, fchoon moejelyk, om van ons bekrompe verftand naar waarde begreepen te kunnen worden, echter niet moet geftelt worden in eene mede - uitbreiding van het Goddelyke Wezen met de Lichhaamen j — want

*. Strydt zulks tegen het geeftelyke en alïereenvoudigfte Wezen van God.

/}. En tegen den aart van alle uitgebreide Wezens, die, uit deelen buiten deelen beftaande, wel by en door: maar geenfints in clkanderen kunnen zyn; —

II. Moet men daarom, het gevoelen van Gods wezentlyke alomtegenwoordigheid geenfints lafteren, alsof daardoor Gode eene lichhaamelyke uitbreiding werdt toegebent; gelyk veele Wysgeeren doen, die, om dat hun naauw beperkt verftand het niet vatten kan, de wezentlyke tegenswoordigheid Gods ontkennen , en alleen eene tegenswoordigheid

Sluiten