Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2J9 IV. H 00FDSTUK

heid Gods door uiterlyke werkingen ftellen: maar,

*. Dat eene wezentlyke alomtegenwoordigheid, by wyze van mede - uitbreiding, in God geen plaatfe kan grypen, hebben wy reeds gezien.—»

/s. Zo een zaak, om dat het begrip derzelve ons vernuft te boven gaat, fchoon veele plaatfen in de H. S. S. voor de waarheid derzelve pleiten, mag ontkent worden, dan ontmoeten wy veele dingen, die, om dat wy het hoe derzelven niet begrypen, in twyfel getrokken moeten worden, wie begrypt, b. v. hoe God van Eeuwigheid mes eene daad alles in zich zelve kent ? en echter is dit waarachtig.

y. Door de tegenswoordigheid van het Goddelyke Wezen in eene bepaalde plaatfe te ontkennen , ontkent men de perfoneele vereeniging van de Goddelyke Natuur TH Xiyx met de Menfchelykc, en men werkt, dusdoende, de Socinianen niet weinig in de hand.

V. Kan de atomtegtnswoQrdigheid aan

ecnig

Sluiten