Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ov°er Gods Bestaan, &c. 471

eenjg Schepfel buiten God worden medege.

deelt?

A. Geenfints ; want, Gods alomtegenswaardigheid of onmeetbaarheid fluit in zich de oneindigheid, zo, dat God alomtegenwoordig is, om dat hy onmeetbaar en oneindig is: dan, nimmer kan de oneindigheid vallen in een eindig Wezen, hoedaanig alle Wezens zyn, die van God onderfcheiden en afhangelyk zyn; Ja, geen Lichhaam, hoegenaamt, kan alomtegenswoordig zyn, rede, om dat een Lichhaam, deelen buiten deelen hebbende, het geheel niet overal zyn kan, daar de„ byzondere deelen zyn , het geene echter tot de alomtegenswoordigheid vereifcht wordt.

Het tegendeel willen de zogenaamde Ubiquittften, om de lichhaamelyke alomtegenswoordigheid van Chriflus, en de Papiflen, om de leerflelling hunner Transfub/lantiatie ftaande te houden.

V. Hoe verre ftrekt zich deze onmeetbaarheid uit ?

A. Door deze onmeetbaarheid is God ook

daar,

Sluiten