Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Over Gods Bestaan, &c.' 277

dan is de vraag , van waar heeft zy haar beflaan gekreegen ? niet van zich zelve ; want niets kan de oorzaak van zich zelve zyn; derhalven, wanneer God niet van Eeuwigheid was geweeft: maar te eeniger tyd was beginnen te beflaan , zo zoude 'er in Eeuwigheid een volkome niet zyn geweeft; want, indien 'er niet iet was, dat Eeuwig ware, zo zoude men een tyd kunnen veronderftellen , in de welke nog niets wezentlyk geweeft was, dus zoude al het geene, dat beftaat, geworden zyn, en nogthans door niets zyn beftaan gekreegen hebben. — welk eene ongerymtheid!

Zien wy derhalven, met de grootfte ingefpannentheid, terug, en rekenen wy zo veele duizenden van Eeuwen, als by mogelykheid getelt kunnen worden, wy zyn zo verre van tot het begin gekomen te zyn, als wy in het eerft waren, voor dat wy begonnen hadden te rekenen; — zich iets als een begin in Gods beftaan te verbeelden, is het denkbeeld van God zelve vernietigen, dewyl 'er, zo hy een begin had genomen, S 3 een

Sluiten