Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Over Gods Bestaan, &c. 281

eenig vervolg van tyd in zich te bevatten, dat is, al het voorledene en toekomende uitfluitende : — En, leert ons Petrus niet in zyn tweede Zendbrief, Cap. 3: vs 8. dat eene dag by God is als duizend Jaaren, en duizend Jaaren als eene dag? — daarenboven zet de rede deze waarheid geene mindere zekerheid by, namelyk,

«. Al wat oneindig is, kan uit geen deelen beftaan , dat is, al het voorledene en toekomende wordt uitgefloten.—

fi. Het blykt uit de onmiddelyke wyze van werking,die in God plaats heeft, ieder wezen werkt overeenkomftïg deszelfs aart, dac is, de wyze van werking volgt de wyze van beftaan, b. v. de tyd verloopt, ter wyl wy fpreeken, Ja zelf, terwyl wy denken, en zo is het geleegen met alle onze daaden, die wy verrichten ï maar God werkt zonder tyd vervolg, (hoe gering ook,) zulks blykt ten klaarfte uit de Schepping uit niet, — namelyk, 'er is geen grooter afftand, als tusfchen zy» en niet zyn, dus kan de Schepping uit niet, niet by tyd ver volg gefchied zyn, S S wyl

Sluiten