Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

292 IV. Hoofdstuk

weezen? met ivien heejt hy raad gehouden, die hem verftand zoude geeven, en hem zou. de leeren van het pad des rechts, en hem weetenfchap zoude lekten, en hem zoude bekent maaken den weg des veelvoudige verftands ?

2. AU;s hangt van God af, niéts buiten hem is onafhangelyk , derhalven moeit God, als een onafhangelyk Wezen, ook alles kennen op eene hem betaamelyke wyze, dat is, op dezelfde wyze , waarop by beftaat, derhalven onafhangelyk.

y En hy, die, uit kracht van zyne onafhangelykheid, voor zich zelve genoegzaam is om te beftaan , is niet minder genoegzaam voor zich zetve om te verftaan.

V. Moeft 'er dit noodzaakelyk by, dat God alles kent op de allervolmaakte wyze ?

A. Voorzeker,

En deze allervolmaakfte kennis duidt aan, i. Dat God alles tot in het bmnenfie van de zaaken kent, dat is, tot in het wezen derzelven, en alle deszelfs eigenfchappen doordringende.

2. Ob-

Sluiten