Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

298 IV. Hoofdstuk verftaan zy door deze midde - kennis ?

A. Zy verftaan door deze midde-kennis, ' — Gods weetenfchap, waar door hy van Eeuwigheid weet ,wat de redelyke Schepfelen doen zouden, ingeval zy in deze of geene omHandigheden ge/lelt werden ; zonder dat die kennijfe in Gods befluit gegrond is: maar wel in de natuur van de vrywillige werkzaamheden der Schepfelen, aan God bekent, door de verheventheid zyner weetenfchap. — Zo wift b. v. God, wat Caefar doen zoude, als hy zich en het gemeene beft van Romen in die omftandigheden zoude vinden, waar in zy met de daad geweeft zyn, — en hoe Cae/ar en dlexander, indien zy eikanderen ontmoet hadden, zich zouden gedraagen hebben, en d3t niet, uit kracht van zyn befluit: maaralleen door de verheventheid zyner weetenfchap. —

V. Van waar draagt zy de naam van midde ■ kennis ?

A. Om dat zy, als 't ware, tuflchen beyde de kennifle, en de vrywillige, en die der bloote bevatting doorgaat; — zy komt in zo-

verre

Sluiten