Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IV. Hoofdstuk

geen plaats heeft, niets in den Menfch is, dat Gode kan behaagen. —

2. Brengt men hier toe

Zyne genade, welke, in het oefenen van zyne goedheid, de waardigheid van het Schep* fel uitfuit, en onderfcheiden wordt

«. In eene genade, die om niet gegeeven wordt 2 Petri 3: vs 18.

0. In eene genade, die om niet geeft, Rom. 3: vs 24.

Verkeerdelyk voegen hier de Papifien by eene genade, die ons aangenaam maakt: wat toch wordt 'er, buiten Chriflus, in een Zondaar gevonden , dat hem Gode aangenaam zoude maaken, in tegendeel bederft hy geduurig zynen weg, en doet dat kwaad is in Gods oogen, alle de vrugten, die op den akker zyner Natuur wasfchen, zonder door de ftraalen van de Zonne der gerechtigheid beftraalt te worden, zyn Hinkende vrugten; hy is, in zich zelve befchouwt, eene dorre Hey, en gelyk de Bergen van Gilboa, op welken nog regen, nog dauw valt: maar,

door

Sluiten