Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

320 IV. Hoofdstuk

wien zyne Ziel een welbehaage hadde, eri die het uitgedrukte beeld was van 's Vaders zelfftandigheid en het affchynfel zyner Heerlykheid, ja, in wien de Godheid Lichhaamelyk woonde; — Indien nu de Godheid* zonder alle deze omftandïgheden vooraf te laaten gaan, zich met den Zondaar had kunnen laaten verzoenen; hoe ware het dan overeenkomflig met zyne wysheid, buiten eenige noodzaake, een middel ter verzoening daar te ftellen, waar door, (als 't ware) Hemel en aarde bewogen werden? — hoe zoude Gods oneindige goedheid tot die uitflap hebben kunnen komen, om zynen Eenig geboore Zoon, zynen geliefde, in welke zyne Ziele een welfaehaagen heeft, in de waereld te zenden, en aan den fchandelyke en fmertelyke Kruisdood overtegeeven, ten zy Gods wraakoefenende Rechtvaerdigheid hem, eenigen uit het gevalle Menfch» dom willende behouden, daar toe hadde genoodzaakt; — en dit is het, dat Gods woord wil te kennen geeven , wanneer het zelve ons leert, dat het alzo moefte gefchieden

ter

Sluiten