Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

44' maart , Z A AKEN VAN 1785.

van Vollenboye , droeg de Heer Drost van kalland uit naam van de geheele Ridderfchap voor,

• Dat het den Heeren van de Steden bewust was, dat over die zaak contentie gevallen was , op den Landdag te Campen tusfchen Rid. derfchap en Steden. Dat de Le. den van de Ridderfchap alleen ex* presfelyk daar toe waren befchreeven , om daar over te fpreeken. Dat de Heeren van de Ridderfchap met ee»paarigheid van (temmen had. den verdaan, dat zy daar in waren geUdeert en dieswege reparatie moeden hebben. Dat 'er verder verfcheidene reizen over dit punt tusfchen de Heeren v.n de Steden , en den Griffier van Ridderfchap en Steden , den Heer Royer, gehandeld ware, dog vrugteloos. Dat middelerwyïe de Landdag ten einde loopende, en de zaak onafgedaan zynde, was gr er gvonden daar van nieis in de Notulen te brengen, om zig by hervattinge van den Landdag nader te verdaan, waar toe dan de Heeren van de Ridderfchap toen (dat is op den ai April 17iy) nog in verwagtinge waren , dat de Heeren van de Steden aan hun eene gepaste reparatie zouden laten toekomen.

Dan volgt onder deeze verklaring van den Heer Landdrost en Edelen.

Dat de Heeren van de Steden by de generaale refumie op den 18 Qtto Ser 17 ip, hebbende hoor en hezen de voornoemde Refolutie van de Heeren van de Ridderfchap, ver-

Sluiten