Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maart, STAAT EN OORLOG. 17=5. 4ö

Op welke Plaatfen de Ridderfchap ver* zeekert is, dat de hier wedej: opgekookte zwarigheden derwyze weggenooüieti zyn, dat zy de oplosfiugen zeer gerust tegen over de tegenwerpingen in dé Schaal van Uwer Edel Mogendheden onpartydig en naauw weegend oordeel durven nederleggen , zullende door den eerRen ©verwigt wel ras blyken; hoe ver het van daar is, dat het van zelfs zoti fpreeken , dat in voorkomende gevallen het gevoelen der Steden zou zyn opgevolgd: met welk zeggen dan ook nog dè Steden ftout doordraven tegen alle bewyzen, en tegen de eigene bekentenis Van haaren Advocaat ■ aan, als elders is aange wee zen.

Met eene dergelyke terugwyzinge tot haare Verhandeling Hoofd. II. No. 47*"** 489. ook reeds hy de agtiende Aanmerkinge, op de verklaaring van den Heer van S'iithem bygebragt, kan de Ridderfchap volltaan omtrent de aanbeveeling van Zyne Doerlugtige Hoogheid in den jaare 1772: hebbende de Heer Erfftadhouder de opgaaf der Steden daar omtrent gsvolgt, zonder dat dif toen een punt van verfchil was , en zonder dal de Ridderfchap van dit inmergzel derSteden , het welk ook rot de onderhavige zaak niet behoorde, de allerminfte kennis droeg. Dan egter heeft hoogstdeszelfs voorzigtigheid wel degelyk gezorgt, dat van het volgen der zoogenoemde cynofure geen woord in de uitfpraake zelve , maar alleen van ter zyde in den by* gaanden Brief zyner Doorlugtige Hoogheid, gerept worde.

Waarom de Heeren van de Steden £mag men het zeggen) hier wederom by Uwe Edele Mogendheden denkbeelden XXVIIL deel. D trag*

Sluiten