Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maart, STAAT EN OORLOG. 1785. 53

meren , zulks is buiten baaren ring. Schoon anders de Ridderfchap reeds verklaard hebbe Verhand. Hoofd. II. No. 354.

Dat den uitgeblevenen , of ter Vergadering (van de R;dderfchap) anders gedagt hebbende Edelen hun reeln ongeraakt overblyfc, om ter alinge Staats-Vergaderinge zoo te ftemmen, als zy ten dienjle des Lands oordeelen te behooren. Door welke verklaaringe (indien Uwe bedaarde aandagt, Ed. Mog. Heeren, Hooge Zegslieden nodig hadile, zulks te erinnererf) alleen alles vervalt wat de Heeren van de Steden hier, nopens den dwang uit kragte der Refolutie van 1720 , hebben goedgevonden te opperen. 13eha!ven dat nog het ftelzel in de Refolutie van den 18 Juny I718, nog de Refolutie van den 29 Juny 1720, een eenig woord van dien verwerden dwang reppen. De Ridderfchap verzoekt niet anders dan derzelver inzien, en het zal genoeg beweezen zyn, waarom men moet gelooven. Dat deeze aanmerking der Steden de viugt zy_eener haaftende penne.

Even eens als her vreemde inmengzel van geen Hof van Jufiitie te hebben , met de daaruit afgeleide gevolgen van gedwongen te worden hunnen gewisfen geweld aan te doen, het regt tegen hun gevoelen te zien uitfpreeken en wat dies meer is. Stellingen , die de Ridderfchap zal ontwyken met haaren regten naam te noemen. Alleen wil zy den Heeren Burgemeefteren gevraagd hebben , of niet in alle Hoven van Jufiitie , en in hunne eigene Raads-Vergaderingen de meerderheid der ftemmen den misdadigen ten Galge doemen, en of daarom de minderheid geD 3 dwon-

Sluiten