Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

april, STAAT EN OORLOG. 1785. W

uiterftens verbeelde ik my, dat een ieder, met ter zyde (Telling van den geest van verdeeldheid, van heerschzugtige, van averechtfche en- eigenbelang zoekende inzigten, als om ftryd zou geyverd hebben, om den laatftan quadrant penning , ja het leeven ten beste te geven tot voorkoming van de ichandelykite vernedering, die ons, byaldien het zoo moet blyven, tot een veracht Volk zal doen worden. — En, Edel Mog. Heeren! wanneer wy hier by voegen, dat de aart zelve van des Keizers aangelegenheden , zyne dreigende taal minder.gedun voor dezen S-.aat maakte; en dat voorzeker meer fermiteit, meerder blyken van moed van onze zyde, alle vernedering zou hebben voorgekomen; zoo moeten wy, Edel Mog. Herren! met geheel Nederland van hartzeer wegfmelten, dat zulk een laf&artig en fchandelvk toegevend antwoord op het laatlte ultimatum des Keizers , op een onbetamelyke en ftrafbare wyze door de Gecommitteerdens ter Generaliteit van vier Provintien , tegen de overneming van één , en het protest van twee der hooge Boni genooten , is vastgefteld geworden; waarby niet minder, als preliminaire voorwaarden tot het hervatten der Negotiatien belooft word afteftaan, dan een gedeelte der Souveraiïiiteit over de Schelde, vier Forten, waaronder 'er twee van dat aanbelang zyn , dat het (luiten der Schelde voor dezen Staat in veelen opzigte ondoenlyk wordt; en dan nog eenige Millioenen voor het behoud van eenen wettigen Eigendom ! Alles op eene wyze , dat men byna gedwongen wordt te geloven , dat die Gedeputeerdens op dat ogenblik , of door eenen fchrik voor des Keizers dreigen zyn gejaagt , of door dryfveeren , die tot heden ter onzer kennis niet zyn geko» men, en waaraan de Natie immers zoo veel gelegen is, zyn beftierd geworden. . :."

Het is dan tegen wil en dank, Ed. Mog. Heeren! dat wy ons gedwongen vinden , om ous deeze laagheid te laten welgevallen ; en ik wil wel verklaaren, vertrouwende hetzelve van U Ed. Mog., dat, ware de zaak nog in haar geheel, ik my, zoo veel van my afhing, tegen dezelve zou hebben verzet; en hiertoe zou ik my te meer verrdtgt vinden , wanneer ik overweegt

Sluiten