Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

128 MAY, ZAAKEN VAN If8> -»

ve claufule, te vinden in het Placaat tegens de Dievcryen van den 19 Maart 1614 en andere Wetten , mitsgaders daar op, dat aan fommige Diftri&en het verbannen van Delinquanten verder als hunne Jurisdictiën zig iiitftrekken, ten blyke van groote gunst en tot Privilegiën , zoo als onder anderen aan Rynland is gei'chonken, doch de Gecommitteerde Raaden vermeenen, dat deeze epineufe quseftie (over welke onder anderen kan nagezien worden Bert, in zyn tracl. van Crimineele zaaken, tit 6 No. ioö en volgende, als mede Boel ad Loenii Cafum + No» 3, en vooral de illuftre Praslident van Bynkers'hoek, in zyn uitmuntende queeft. jur. pull. lib. a. Cap. 17. in het welke deeze quajftie ex profesfo verhandelt word , ten deeze niet behoeft. gediscutieert , veel min gedecideert te worden; om dat dezelve concerneert het bannen uit een gedeelte of uit de geheele Provincie van Holland en Westvriesland, en uit die Diftrkten , welke daar over met deeze Provincie een accord hebben aangegaan , en dus , zoo als uit het reeds verhandelde proflueert niet van applicatie gemaakt kan worden op de haar eyge en byzondere Wetten en Regters ' hebbende Souvereine vrye Heerlykheden van Vianen en Ameyde.

Het zoude overzulks niet zeer vreemd kunnen gevonden worden, indien de moeyelykheden, in het voorftel van deeze tweede bedenking voorkomende , de eene of andere tyd, kwamen voor te vallen, zoo niet by U Edele Groot Mogen, de daar omtrent ietwes werd geftatueert , waar omtrent de Gecommitteerde Raaden om redenen van gefyken aart, als nopens de eerfte beden, king verhandelt zyn, zwarigheid zouden maaken te advifeeren voor een extenfie der fententien van Bannisfement over allerley foorten van delicten, nadien als dan zoude kunnen gebeuren, dat Hollandfe Ingezeetenen over min zwaare bedryven ook gebannen zouden worden uit een

Land,

Sluiten