Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zo6 may, ZAAKEN VAN 1785.

weeg brengen, dan een gevoelig hartzeer, dat men in een tyd, als deze, eene generale uitfluiting doet, daar men als een mistrouwen in de Burgery fteld, gelyk ik het voor my zeiven confiderere , zonder taxatie van één der Leden dezes Raads , dit aan een yders eige begrip overlatende? Is het mogelyk, Ed, Achtb. Heeren te voorzien, of de noodzaakelykheid niet zoude kunnen vereisicheri , dat een perfoonelyk verzoek aan de Reprafentanten van de Burgery in deeze Raadzaal zoude moeten gedaan worden? Zoude 'er zig geene dringende gelegenheid kunnen opdoen, daar de Raad kennis van behoorde te hebben? En wel zulke , die by gefchrifte niet voegelyk zoude konnen gefchieden? Wat zoude daar uit voort konnen komen, als men eens het ongeluk tydltip beleefde, dat eenige Leden, het zy door misverRand, of andere menfchelyke zwak. heeden bleven infteeren op het effect van deze Refolutie by dreigend of aanweezig gevaar, daar het immers geen waar gevolg geeft, dat heden goed is, in het vervolg van tyd geen kwaad kan zyn? Was dan het effect van dien band niet jammerlyk voor het welwezen van Stad en Ingezeetenen ? Kan dan, Ed. Gr. Achtb. Heeren, ja mag het wel gevoeglyk wezen zoodanige Refolutie met de meerderheid te neemen? Welke Refolutie voor my zeiven befchoöwende, ik zegge voor my zeiven befchouwende, Ed. Groot Achtb. Heeren , een zweem van onvoorzigtige ondankbaarheid zoude confidereeren , indien ik daartoe bewilligde. En Ed. Groot Achtb. Heeren, waardoor komt den Kerkenraad dat regt meerder toe, dan de Burgery? En waarom mag die dat meerdere voorregt, van binnen te ftaan, hebben, dan anderen? is het niet, dat de Burgery, als Betaafsheeren van de Predikanten, mede geconlidereerd worden ? Ja zelfs moet een weldenkend Predikant óver zulke distinctie zig niet verlegen vinden ? 'c Is waar, een uitgelproken zegenwensch door dezelve in en over de Vergadering is itrelende , maar een billyk verzoek van eene weldenkende Burgery toont de Achtbaarheid van dezen Raad aan. Niet dat ik onverfclnllig zoude zyn, wie of welke te admitteren, of zulks aan een iegdyk tueteftaan , blykens het uitga*

btag-

Sluiten