Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

cp2 july, ZAAKEN VAN 1785.

matien der refpeétive Officieren , by de geinftitueerde verhooren opzettelyk waren gerequireerd; met dat gevolg, dat, hoe zeer by dezelven, in het algemeen , het opgeeven eener accuraate tydsbepaaling , uit hoofde der bekende wisfelvalligheden, waaraan allerlei Togten ter Zee niet kunnen ontkend worden onderheevig te zyn , als niet wel mogelyk geconfidereerd wierd; echter, dien aangaande, door den Vice-Admiraal Hartfinck was gefuppediteerd: dat, (p) ingevalle de Scheepen tot op de hoogte van Brest eenen Ooften-Wind behouden hebbende, als dan direct een' Noord-Westen of Westen-Wind mogten krygen, de reis in zulk een geval wel in 5 a 6 dagen kon worden gedaan; maar dat, indien de Wind, na dat men met de Scheepen aan geene zyde van het Canaal, op de hoogte van het by de Zeelieden onder den naam van Heyfand bekende Eiland gekomen was, by aanhoudenheid Oost blyft of Zuid-Oost loopt, de tyd, vooral indien het hard begint te waayen, niet wel kan worden bepaald; terwyl men ook met deze winden niet te rug naar Ho'land kan zeilen ; dat, daar by , de Haven van Brest door de menigte Klippen en Banken, die daar buiten leggen, en zich zeer verre in Zee uitftrekken, zeer moeyelyk is om in te zeilen ; zynde de Lootfen aldaar vry traag in het uitkoomen: "Verder: dat, indien de Wind , wanneer de Scheepen nog in 'c Canaal zyn, verandert, en naar het ZuidWesten of Westen loopt met een Storm, waar door de Scheepen, in de Noordzee zynde, ligtelyk beneden Texel kunnen geraaken ; het by alle Zeelieden zeer bezwaarlyk en van langen duur wordt geoordeeld, om weder boven Texel te werken , voornamelyk met vuile en dus traage Scheepen : en dat het daarom door dit een en ander zou kunnen gebeuren, dat de hier bedoel»

(/>) Verhoor V. A. Hartfinck No. 21. Art. 5.

Sluiten