Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

july, STAAT EN OORLOG. 1785. 307

heeft, de executie der orders van H. H. Mog. tot de Expeditie naar Brest te mogen nalaaten, vervallen , en dus de gezegde orders volvoerd zouden zyn.

Dat Heeren Gecommitteerden wel gewenscht hadden, het gedrag van 't Collegie ter Admiraliteit te Amfterdam uit het zelfde oogpunt te kunnen befchouwen, dan dat hetzelve Collegie in dezen een gansch ander richtfnoer gevolgd hebbende, niet kon worden nagelaaten, hetzelve een weinig nauwkeuriger optegeeven en te onderzoeken.

Dat, volgens den inhoud van derzelver reeds dikwyls gemelde Bericht, de commandeerende Officier der Vloot , na gehouden overleg met denzelven , in het begin das jaars 1782, om differente aanmerkingen en confiaeratien , aldaar opgegeeven , alleenlyk was geauihorifeerd , om de Officieren van dat Resfort te gelasten, hunne Scheepen van de nodige Victualie te voorzien tot primo October, welke order, volgens zeker Reglement op den 6 April 1740 by dien Raad gearresteerd , eene piimislie medebragt , om zulks met eene maand te exrendeeren; van welke permisfie by dat Collegie fchynt verondeifteld te zyn, dat ook daadelyk door de commandeerende Officieren hunner Scheepen was gebiuik gemaakt, alzoo niet vóór den 3 October eene revictualieering tot primo Mey 1783 is geordonneerd: dan welke meedere inneemn.g van Victualie voor ééne maand echter niet, uit hoofde dier geallegueerde permisfie, maar op fpeciale order, door den Sehout by Nacht van Braam, uit naam van den Commandant der Vloot, op den 19 Augustus gegeeven, gefchied is.

Dat de redenen, waarom deze order tot victualieering door het meergemelde Collegie niet eerder is geamplieerd , zoo als die en by het bewuste Bericht, en ook ten deele, zoo by het Vervolg der Memorie van Zyne Hoogheid, den Heer Admiraal - Generaal, ia dato den 13 FeV 2 bru-

Sluiten