Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

cpi*., STAAT EN OORLOG. 1785. 3»»

Scheepen te doen uitloopen, nog meer moeye. lyk wierd gemaakt.

Dat men nu vervolgens van zelve geleid wordt lot een gebeurtenis, welke op den 4 October, en dus daags na het afvaardigen der bovenge» noemde orders, heeft plaats gehad; namentlyk de komst van den Vice-Admiraal van Byland in den Haag, aan wien de Expeditie naar Brest, door Z. H., met voorkennis en approbatie van H. H. M. was opgedragen. (jO

Dat, fchoon in het vervolg van dit Rapport, ter zyner plaats, een meer omftandig verflag zal moeten worden gedaan nopens deze reis van den Vice-Admiraal van Byland en Schout by Nacht van Hoey naar den Haag, en het gefprek tusfchen Z. H. en eerstgemelden gehouden ; by deze gelegenheid echter moest worden opgemerkt, dat, gemelde twee Officieren nog denzelfden dag van hun aankomst by Z. H. ter audiëntie geweest zynde, (z) de voornoemde Vice-Admiraal zyne bedenkingen regen de Expeditie naar Brest aan Hoog^enzelven heeft gecommuniceerd ; beftaande, naar zyn beste onthoud , in eene opgaave van zoodanige zwaarigheden, als, onder anderen , uit den ftaat van fommige Scheepen , en de quantiteit van Victualie , waar van dezelven ter dier tyd voorzien waren, zyns oordeels, noodwendig voortvloei. den: welke bedenkelyk'neden dan ook door Z. H. zouden zyn gebiilykt.

Waar uit dan natuurlyk deze bedenking ontftaan moest, (ji) dat namelyk Zyne Hoogheid deze geopperde zwaarigheden noodwendig of geheel ongegrond en geenszins vallende in de termen van onvoorziene toevallen, waarom alleen

de

(y) Vervolg der Memorie vsn Z. H. pag. 27. (2) Verboor V. A. v. Byland Ne. 2. Art. 18. Iden:

No. 3. Art, 3, 4 en 6. Ca) Zie zevende Bedenking.

Sluiten