Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

S3* July; ZAAKEN VAN 1785,;

een der drie eerstgenoemden , naar 't goedvinden van den Commandant) geordonneerd geweest waren; welke order met zo veel fpoed is uitgevoerd, dat, zonder de geordonneerde Victualie aftewagten, dit Esquader reeds op den 10 October voor vyf weeken Victualie uit de andere Scheepen had ingenomen ("hoedanig middel in dit geval bleek zeer ipoedig en met vry veel effect te kunnen geëmployeerd worden) en in Zee liep ; waar door dan H. H. Mog. volftrekt buiten de mogelykheid gefteld wierden, om, indien Hoogstdenzelven zulks geraaden gevonden hadden , de Expeditie naar Brest, des noods, door een verlenging van den bepaalden tyd, als nog te dosn voortgaan.

Dat Heeren Gecommitteerden geoordeeld hebbende, zich niet te mogen dispenfeeren, om by dit hun Rapport de voorenltande aanmerkingen onder bet oog van H. H. Mog. te brengen , daar van als nu zouden aftrappen; en zich voor het overige , tot derzelver aan Z. H. den lieer Admiraal Generaal voorgehoudene Bedenkingen, en de daar op door Hoogdenzelven gefuppediteerde Elucidatien, refereeren.

Dat nu vervolgens , by de voortzetting van het by dit tweede Hoofdpoint voorgeftelde onderzoek, nopens de ooriaaken, waar door het gebrek van de noodige voorziening der Scheepen, en daar op gefundeerde non-executie der ordres tot de Expeditie naar Brest , is veroorzaakt , onder de verdere Officieren, ( ƒ ) hier by geconcerneerd, in aanmerking moest komen het gedrag van den Heer Vice-Admiraal Hartfinck, als Commandant der Vloot : zullende dierhalven, ingevolge het hiei vooren gelegd fyftema, als nu fuccesfivelyk moeten worden geinquireerd, wat door gemelden Vice-Admiraal, in die qua-

li-

(ƒ) Zie Refolutie van H. H. Mog. van 13 De« ceaiber 1783.

Sluiten