Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

846 july, zaaken van j78j.

of meerderen graad geleegenheid gegeeven te hebben; nu nog kortelyk zoude worden naargegaan, wat de gezegde Commandant, in dit opzicht, uit hoofde van meer byzondere recommandatien en informatien, welken mede op- de existentie van het fait invloed konden hebbsn, en waaromtrent overzulks ook fpeciaal onderzoek moest gefchieden, had behooren in 't werk te ftellen, en daadelyk verrigt had.

Dat hier toe het eerst in aanmerking komen moest de ernltige Recommandatie , door Zyne Hoogheid in den Krygsraad van den 9 September 1782 aan alle de daar aanweezende Officieren gegeeven, om hunne Scheepen zoodanig van Water en Victualie voorzien te houden, dat zy in ftaat zouden blyven, om op de eerlte order behoorlyk toegerust te kunnen uitzeilen. Eene aanmaaning, (V) welke de V. A. Hartfinck erkend had, hem in 't byzonder, als eerften Bevelhebber , te betreffen ; doch waarop niet te min , volgens zyn eigen opgaaf, (t) alleen gev Igd was, dat de Scheepen des tyds van Water, Bier en andere noodwendigheden, als roede vau ue Victualie , welke zy minder dan tot ultimo October mogten inhebben , voorzien waren ; ofichoon het laatfte nog zeer gebrekkig moet gelchied zyn, dewyl in het eerfte Hoofdpoint, by de opgave van den ftaat der Victualie, gebieeken is, dat veifcheidene Scheepen in het begin van October, tn dus na deze zoogenaamde nieuwe voorziening, minder voorraad in hadden , dan zy tot het einde dier maand moeiten hebben: terwyl hy Vice-Admiraal teffens had erkend, (#) uit de gezegde recommandatie wel te hebben moeten afleiden , dat, in de eerfte plaats , voor het voorzien der Scheepen met de nuodige Victualie gezorgd moest worden; maar

niet

(s) Verhoor V. A. Hartfinck, No. 8. Art. 11. (rj Ibidem Art. 10. («) lbid. Art. 12 cn 14.

Sluiten