Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jolt, STAAT EN OORLOG. 1785. 367

natuurlyk dit denkbeeld ook zy, het zelve echter by hem Commandant niet fcheen te wezen opgekomen; alzoo dezelve, de gevolgtrekkingen naar zyn eigen denkenswyze fchikkende, liever verkoozen had, daar uit in tegendeel te begrypen, dat (hoewel de V. A. van Byland, gelyk gebleeken is , hem hier van niets had gezegd) Z. H. de zaak (h) nader by H. H. Mog. in deliberatie zou gebragt hebben, of nog ftond te brengen ; en dat hy zonder wederom iets te doen, den uitflag hier van, en dus al weder nadere ordres omtrent de Expeditie moest afwagten , alvoorens zich verzekerd te kunnen houden , welke de ware intentie op dat fubjecl: ware. Op welken grond de voorn. Commandant zich dierhalven bevoegd had geacht, om de uitvoering van pofuive orders agterwege te laaten, op een geformeerd denkbeeld van by hem alleen veronderftelde deliberatien , waar van hy evenwel niets wist, even weinig , als van de waare intentie van den Heer Admiraal Generaal, waar omtrent hy zich ook zoo min, als omtrent den uitflag der mondelinge informatien, door den V. A. van Byland aan Hoogdenzelven gefuppediteerd, als nu vermeende te moeten informeeren; hoewel hy daaraan nog weinige dagen' te vooren gewigts genoeg geattribueerd bad, om daar mede zyne gegeevene permisfie tot het vertrek van dien Officier, welke hy zelfs dacht, dat tot het Commando der Expeditie zou gekooren worden, en wien's pratfentie daarom getoond ii, zoo noodig te weezen, te wettigen.

(h) Verhoor V. A. Hirtfiack No. i|. Art. 11.

Qlet Vervolg van dit Rapport in het XXIX. Deel.)

Sluiten