Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jan. STAAT EN OORLOG. 1786. 35

edele groot achteaare heeren!

Wy hebben met de uitterfte aandoe, ning, uit de Misfive van de meerderheid van O Ed. Groot Achtb. Vergadering , in daio l'j Oclober laastleeden aan ons gefchreeven, vernomen, dat het niet in Ü Ed. Gr. Achtb. magt zoude zyn , om in dit byzonder geval aan ons verlangen te voldoen , door ons Advis. over de verandering van deezer StadsSchuttery in te neemen, om reden quafi dat de geheele zaak concerneerende de pretenfe gebrekkige confiitutie van dezer Stads-Schuttery rteds een geruimen tyd geleeden zoude zyn gebragt ter Tafel van het gecombineert Collegie , alwaar nu onlangs , zoo wy verneemen , by de meerderheïd is uitgebragt een rapport, tenderende tot eene totale disfolutie der tegenswooriige Schuttery en eene geheele inveriïe van derzelver form, waar door wy niet alleen zouden worden verdoken van de aanftelling van Collonellen aan deezer Stads-Vroedfchap competeerende, en door dezelve tot hier toe geSxerceert , maar waar door ook zes van onze Medebroederen in Raaden, van hunne refpective qualiteiten #1 de Schuttery, buiten ons advis en concurrentie zouden worden gedimitteerd.

Wy kunnen ons niet verbeelden t dat U Ed. Gr. Achtb. deeze onze Vergadering zoodanig een notoire prejuditie en kleinagting zouden willen toebrengen, en zulks op fundament van de zig thans hier bevindende Commisfie, daar deeze Commisfie immers volgens het aan haar gegeeven mandaat zig niet vermag te immifceeren in eenige onzer huishoudelyke zaaken, nogte de Hegeeringe dezer Stad C 4 «•

Sluiten