Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

82 jan. ZAAKEN VAN 1786.

mer gereëntameert, of van geen de minfte uitwerking geweest zyn. '

Op den 11 January 1746 is de gewoone Acte van Decharge aan den Ontfanger Generaal geaccordeert, alleen met byvoeging van een Commisforiaal om tc overleggen wat verder in deze zaak zoude konnen en behooren te worden gedaan.

Op den 7 January 1747 wierd gelyke Acte van Decharge verleend, zonder eenige bygevoegde commisf. Rofolutie: En het was eerst op den 2 Sept. 1752, dat gelyke Acte van Decharge, de jaaren Ï747 tot 1751 daar onder begreepen, aan den Ontfanger Generaal , op zyn verzoek , wierd verleend,

En de Heeren Gecommitteerden tot de Financiën verzogt om te examineeren en te overleggen op wat wyze van de voorfz. zaak eindelyk eens een afkomst zoude konnen werden gemaakt,

Soo als mede een gelyk Commisforiaal by het verleenen van gelyke Acte van diligeatie op den 24 Mey 1753 wierd gedecerneert.

Dan het was in het zelfde jaar van 1753 , dat tusfchen wyle haare Koninglyke Hoogheid gl. mem. als Gouvernante en Vooadesfe over den jegenwoordigen Heer Prince Erfftadhouder, ter eenre , en zyne Majefteit den Koning van Pruisfen, ter andere zyde, eene Conventie wierd aangegaan en gefloten over de verkoping der Goederen, die by partage uit de meergemelde Nalatenfchap van hooggemelde zyne Majefteit te beurt gevallen en binnen deze Provincie gelegen waren; by welke geleegenheid hun Ed. Gr. Mog, by Refolutie van den 9 Aug. van dat jaar verklaarden:

Dat

Sluiten