Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

?i8 J4N. ZAAKEN VAN 1785.

Aan de Edele Groot Mogende Heeren Staaten van Holland en West* friesland,

Geeven ootmoedig te kennen de Ondergeteckende alle lngezeetenen van den Dorpe en, Ambagts Heerlykbejd het Nieuwland.

Dat op den 25 January deezes jaars 1785 by geleegentheid, dat Schout en Geregitn van het Nieuwland de Looting van den derden Man in gevolge de aanfchryvinge van de Ed. Mog. Heeren TJ Ed. Groot Mor. Gecommitteerde Raaden, van dato den 12. January bevoorens zoude effeélueeren, door een groot aantal hunner Meedeburgers, door het onmatig gebruik van Drank eenige buitenfporigheden zyn gepleegd , waar door de voorfz. Lootinge zoo niet geheel onmogelyk ten minften zeer bezwaarlyk is gemaakt , welke buitenfporigheden dan ook ten gevolge hebben gehad , dat den Heere Bailiuw van den Lande van Voorne, op decreet van de Ed. Achtb. Heeren Leenmannen van den voorfz. Lande, twee hunner Meedeburgeren, met naamen Ary Hoogwerf en Barend Hoogwerf, hebben doen apprehendeeren, en in hun Gevangenhuis binnen de Stad Brielle detineeren, als meede dat zes anderen van hunne Medeburge. ren, met naamen Kryn Daalman, Simon Plasje, Gerrit Vermeer, Joris Schouten, Willem Poldervaart en Pieter de Lange, uit vreeze van apprehenfie zyn voortvlugtig geworden, waar door de twee eerstgemelde Perfoonen een geruimen tyd, en vooral in de laaifte langduurende en koude Winter, cie ongemakken en benaauwdheden van den Kerker hebben ondervonden, en de zes laast gemelde genoodzaakt zyn geworden om hunne Families te verlaaten, en in vreemde Plaatfen of Landen, zonder eenig vooruitzigt van fubfiftentie om te zwerven, gelyk dezelve dan ook reeds door den Heere Bailiuw van den Lande van Voorne voor de derdemaal zyn gedag-

Sluiten