Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

34

atxil, ZAAKEN VAN 1786.

hebben de Judicature over zaaken , niet alleen tot de generale privative Jurisdictie van het Hof over de Edelen, gepriviligeerden en Suppooflen behoorende , maar ook aan het zelve fpeciaal toegekend by het voorfz. 8 Articul? hoe kunnen dezelve dan aan Scheepenen van 's Hage, welken ook de cognitie over alle Crimina , by de meergemelde Uw Ed. Groot Mog. Refolutie van 14 Maart 1765, is toegekend , de Judicatuure in Crimine Majefiatis, by zulk eene Auctorifatie, willen beneemen , om dezelve over te brengen aan een Collegie, gelyk gezegd is, niet tot de ordinaris Juftitie behoorende?

Wy vertrouwen, Edele Groot Mog. Heeren, dat daar het Hof ten deeze niet fpreekt voor de bovengemelde fuftenue van het Hof, maar voor de Ingezeetenen, en tegen een begrip, dat veel prEejudiciabeler voor de regten der Ingezeetenen is, dan de Steden ooit hebben konnen beweeren, dat die fuftenue van het Hof zoude zyn, al het bovenftaande by de voorfz. Piopofitie van Heeren Gedeputeerden der Stad Leyden geallegeerde ten deeze van de inconteitabelfté applicatie is; te meer, dewyl daar uit ontwyffelbiar confteert, dat de S aaten van den Lande en de Steden door alle tyden heen , van begrip zyn geweest, dat de corre&ie van zulke delicten behoorde tot de Ordinaris Juftitie, en dus,_ voor 200 veel de Ingezeetenen betreft, geen object is van eene fpeciale Delegatie van eene poltticq

Collegie. r

Wy remarqueeren wyders, dat ook de voonz. Auctorifatie niet kan gerangeerd worden onder die extraordinaire voorzieningen, welke een Souverain doet in zeer fmgulicre gevallen , als de evidente noodzaakelykheid zulks fchynt te vereisfchen. Dewyl zulke extraordinaire dispohtien (welke wy in medio laaten, in hoe verre die met de Privilegiën der Ingezeetenen te compasfeeren zyn) altyd maar kunnen zyn temporair , maar geenzins voor nu en in het vervolg,

Sluiten