Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rj4 april, ZAAKEN VAN 1786.

Uit alle deeze en andere plaatfen , die hier nog bygevoegd zouden kunnen worden, vergeleeken met het geen hier boven , uit de Memorie van Confideratien, is voorgehouden, meenen Burgemeefteren en Vroedfchappen , dat het evident is, dat by bovengemelde periode, uit de Memorie van Confideratien geallegeerd , de begrippen van Zyne Hoogheid, wegens zyn gezag over de Militie, als of het zelve onafhangelyk van dat van den Souverain waare, in een verkeerd dagligt voorgefteld zy, en dat de regtmaatigheid dien volgende niet toeliet, dat Burgemeefteren en Vroedfchappen zoodanig een abufive voorftelling voor de hunnen aannaamen. ——> Om niet te melden, dat het bovendien, met de Achtbaarheid van den Raad niet te compasfeeren ware, een /#• ftenu , die waarlyk en in de daad niet gevoerd was, te combateeren, — vooral daar die fuftenue zoodanig vreemd zou zyn, dat de bloote voorftelling van dien, deszelfs wederlegging met zig bragt. ——

Van dit alles zal ondertusfchen nog nader kunnen blyken, wanneer hier by komt de aanleiding of oorzaak, waar uit de voorfz. abufive en erroneufe opgaaf van de fuftenue van Zyn Hoogheid , by voorfz. confideratien voorkomende,fchynt ontftaan te zyn.

Deeze ontmoet men terftond by het begin van de meergemelde Memorie bladz. 1 en 2, alwaar eene opgave gefchied van de beteekenisfen, welke aan het Commando kunnen gegeeven worden; namenlyk, dat men 'er door verftaan kan allerlei gezag en bevel over de Militie , het welk door Officieren van allerlei Rang kan geëxerceerd worden, dat is, zoo als Burgemeefteren en Vroedfchappen het hier voo-

ren

Sluiten