Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

252 Maï, ZAAKEN VAN 1786.

Het voorgeeven by bet advys van den Hove, ,, als „ of de meeste der Teekenaaren onkundig waren ge« ,, weest, en onder de geringde Clasfe der Ingezetenen „ behoorden ," is zoo opmerkenswaardig voorgedraagen , dat hetzelve geene rescontre nodig heeft. En hiertoe behoord mede het gerapporteerde omtrent de gédaane perfecutien tegens de Onderteekenaars, die ze. ker voldoende waren , om, voor dat oogenbliK, zommigen angst en vreeze aantejaagen. \

Zie daar dan onze Ingezetenen, Edele Mog Heeren! ftratfchuldig verklaard; egter niet zoodanig, of dezelve zouden zig op de genade van U Edele Mog. kunnen verlaaten ; maar verre is het 'er van daan , „ dat zy

die zoude te wagcen hebben omtrent hun verzoek,

tot revifie en redres van 't Reglement van Regee,, ring, dat, na de verzeekeringen van den Hove, de „ gantfche fundamenteele Wet en Conftitutie van Re„ geering zou uitmaakenen dat intusfchen na inzien der Onderteekenaars met de eigene woorden, welke ik by herhaalde reizen aan U Ed. Mog. hebbe voorgedraagen, als zoo geweldig tegen onze oorfpronke'yke Conllitutie aandruisfchecde , op den duur niet zal kunnen beftaan. En al verder , dat de befluiten van de Heeren Staaten buiten de toeftemming des Volks geen wetgeevende Magt kunnen verkrygen: Woorden, Ed. Mog. Heeren! meede door my, en andere Leden deezer Vergadering gebezigd , en waarin de Momber en Subff. Momber oordeelen te leggen opgeflooten : „ een ingreep in U Ed. Mog, Souverainiteit en Hoog-

heid , en waaromtrent dezelve mitsdien verzoeken „ geauthorifeerd te mogen worden, om tegens de meest ,, fchuldige, de voornaamfte fauteurs en dry vers enz.,

te procedeeren na behooren."

Onverfchrokken zal ik daarom afwagten , wat tegen my zal worden ondernomen; en daar ik niets anders dan het fa/us publica beooge, welke zonder de behoudenis van regten , die in onze Conftitutie geradiceert zyn en blyven , niet kan beftaan ; confidereere ik de Hellingen, als of de magt, welke U Ed. Mog. uitoef, fenen , niet uit den boefem des Volks ware ontleend , als ftrekkende tot renverlèment van onze onveranderly-

ke

Sluiten