Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

276 may, ZAAKEN VAN 1786.

wy voor ons willen wel erkennen, dat daar wy niet verwaand genoeg zyn, om ons boven de gewoon? fphaere te willen verheffen , eene befchuldiging van dien aart, door ons , zou zyn aangezien geworden , als iets dat mogelyk en menfchelyk is , en ons daar toe zou gebracht hebben , om ftilzwygende meerder aandacht op ons zeiven te (laan , en zorgvuldig te waaken, om minder fingulier of erroneus in het vervolg te handelen, en wy betuigen dat ons altoos tot genoegen zal verft rekken, door wyzer en kundiger te worden voorgelicht, en van onze dwalingen te rug gebracht.

Dog de verdere befchuldigingen tegens ons ingebracht zyn van eenen anderen natuur, en wel dusdanig, dat wy ons die posten onwaardig zouden achten, welke wy de eer hebben te bekleeden, indien wy omtrent dezelve, ons niet voor het oog van U Ed. Gr. Mog. juftifkeerden» en trachten te doen zien.

1. Dat onze demarche niet is inconftitutioneel.

2. Dat dezelve niet ftrekt tot vermindering van Harmonie en Eeensgezindheid onder de Collegien. En

3. Dat dezelve in haare gevolgen , niet fchadelyk kan zyn aan de rust en het welzyn der goede Ingezeetenen, ofte eene geheele verwarring aanbrengen.

I. Naar onze gedachten , kan geen daad inconftitutioneel genoemd worden, als die, welke zoude ftryden tegens eenige Wet- of ScaatsRefolutie waar by iets omtrent 's Linds Regeeringswyze is vastgefteid: Zoodanige Wet- of Staats-Refolutie nu, is ons onbekend, waar by aan eenige Leeden van de Vroedfchap, van eene Stem in Staathebbende Stadt verboden wordt, den toegang aan den Souverain der Provintie , over een onderwerp, waar by die zelve Leeden vermeenen , dat de Rechten en Privilegiën der Ingezeetenen, ja zelfs de bewaaring van de con-

Sluiten