Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

may ,;

STAAT EN OORLOG. 1786. 301

den Lande; op pag 7, van de Pro-Memorie , eene van 01e plaatfen uitmaakt, waaruit pag. 8 geargumenteerd wordt , om te bewyzen dat men zich by de Memorie van Confideratien omtrent de lustenue van Zyne Hoogheid vergist heeft, en dat deszelfs gevoelen daarby abufief en erroneus is opgegeeven.

Meerder redenen achten derhalven de Ondergeteekende niet noodig by te brengen , waarom zy , gelyk zy nog doen, by hunne verfchillende opinie hebben gepeififteerd , en de pracautien, waarvan hier voor mentie gemaakt is, niet genoegzaam of voldoende geoordeeld hebben.

Wat betreft het verlangen van Burgemeefteren en Vroedfchappen, dat men dadelyk bewezen hadt, dat de Staaten van Holland by .verfcheidene gelegenheden , zonder tusfchenkomst van willem den I. immediate en direcJe ordres aan, de Militie zouden gegeeven hebben, (Pro-Memorie , pag. 10. in fine) vooral zyne Excellentie in loco prefent zynde, zonder dat dezelve zich immer daar over beklaagd zoude hebben, — zyn de Ondergeteekende van gevoelen, dat het in deezen tot de hoofdzaak weinig of niet ter zake doet , of men zulke voorbeelden al of niet te berde brengt, wyl elk bekend is, dat Zyne Excellentie nimmer Stadhouder geweest is, in dien zin als de tegenwoordige Heer Stadhouder. Ook zoude men met eenige reden tegen zoodanige voorbeelden kunnen objicieeren , dat dezelve geëxteerd hadden in een tyd van Oorlog en verwarring , toen de Republicq , pas gebooren zynde, haare behoorlyke confidentie en form nog niet gekreegen hadt; en het dienvolgende ligtelyk gebeuren konde , dat men van de eene of andere

zy-

Sluiten