Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

STAAT EN OORLOG,

13

hoe bekwaam die geene zy, welke de hand in het concipiëeren van het meergemelde nader Adres van den Hove gehad heeft, en al ware het grof gefchut, daarby tegen Ons aangevoerd, zo juist gepoindleerd, als een der kundigfte Leden van 't Hof, enkel en alleen daar toe pro occupato gehouden zynde, het zelve zoude hebben kunnen ftellen, men echter by UEd. Groot Mog. verre te kort zal fchieten in het bereiken van het bedoelde wit , namelyk in de overtuiging van U Ed. Groot Mog., en van het onzydige Publicq, dat de ordre tot overbrenging van Mourand, die door Ons gegeven is op een tyd, waar op fVy zelfs geen vermoeden op reclame van het Hof konden hebben, zoo eene hooggaande proftitutie zoude hebben verdiend, en dat Onze verantwoording, daar jegens gedaan, van zulk een flecht alloy zoude wezen , als 't Hof gaarne aan UEd. Gr. Mog. zoude willen imbuëren.

Dit- toch is het poinét , waar op het ten dezen refpeüe enkel ea alleen zal moeten aankomen :

Want zoo rasch Wy op den 18 dezer mt het Rapport van Onze Commisfarisfen verftaan hadden , dat het Hof des avonds te voren , deszelfs tot dien tyd toe by Ons volftrekt geïgnoreerde fustenue , op eene verzochte en terflond geaccordeerde Conferentie, hadde geopperd, hebben Wy voorts de zake in haar geheel gelaten, tot dat Wy, het goedvinden van Uw Ëd. Groot Mog. op eene door O.is terftond voorgenomene Reprsefentatie zouden verdaan hebben; van welk voornemen Wy ook terftond daar na aan Hun Ed. Mog. Communicatie hebben doen géven; even gelyk van Onze kort daar na genomene nadere Refiilutie, om, dewyl Wy ondertusfchen geïnformeert wierden, dat de Heeren Gedeputeerden der S ad Dordrecht, op dien zelfden morgen, eene Propofirie, betrekkelyk deze zaak ter Vergadering vaa Uw EJ. Groot Mog. doen

zou-

Sluiten