Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«o ZAAKEN VAN

waardig fchynt, dat Hun Ed. Mog. toen niet aanftonds beflotèn hebben, om aan het bovengemelde verzoek, op toen voorleden Vrydag gedaan , te defereeren, maar dat daar mede noch tot den volgenden Donderdag gewacht is geworden , en wel , gelyk Wy te meermalen hebben aangemerkt, zonder Ons nopens de reden van de toezending derzelve ftukktn de minfte elucidatie te geven , waar op het Hof zelfs nu noch ï.t'et direct heeft gelieven uittekomen; want Hun Ed. Mog, zeggen (op Pag. 14.) eenvoudiglyk , dat het oogmerk van 's Hofs demarche was , dat Wy aan het 46 Art, van den Jlyl van Procedeer en in Crimincele zaken zouden voldoen, door op

be gesuppediteerde bescheiden zodanig regart te nemen, als Wï zouden oordelen te behoorenj Ook

ter gelegenheid van het advifeeren op een verzoek om gratie; met byvoeginjr., dat zulks voor Ons niet problematicq konde zyn; waar in Hun Ed. Mog, zich echter grovelyk abuferen ; vermits Wy dezelve demarche met een gantsch ander oog hebben befchouwt, en Wy ook billyk vertrouwen, dat UEd. Gr. Mog., het gantfche geval in concreto overwegende , de reden daar van, na al het nu reeds bygebrachte, lichtelyk zullen kunnen opmerken, zonder dat het nodig zy Ons daaromtrent breder te elargeren.

Wel is waar, Ed. G. Mog. Heeren! dat het Hof op dezelfde bladzyde aan Uw Ed.Gr. Moggevraagt heeft, of het Hof evenwel niet vooronderstellen moest, dat de dispofitie van het 46 Articul van den ftyl van Procederen in Criminele zaken aan Ons Colh'gie, ten minden aan den advocaat Fiscaal bekend was, natnelyk: „ dat „in alle Staten van Procesfen en zaken,

,, tot d f. sententie en executie

„ van dien, ontfangen zal worden het gee,,'ne dat tot ontlastinge, ende inno„ centie van den Geaccuseeroe blyken „ zal; behoudelyk dat bi en beviwd, dat

n het

Sluiten