Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

STAAT EN OORLOG. I03

geworden, zoo door *t verlenen van provijien van Juliitie, als anderzints, hebben laten gelegen leggen.

Wel is waar,*Ed. Gr. Mog. Heeren! dat het Hof nopens de gevallen van J. P. van den Arend en N. Metzelaar, welke Wy op pag. 31 en 32 van Ons meergem. Advis gereclameerd hadden, geallegueert heeft, dat dezelve gevlugte Boeren raakte , tegen welke door Ons op eene fpeciale aanfchryving van UEd. Gr. Mog. in een tyd van nood (namelyk in den Jaare 1672) gedaan, geprocedeerd was, en dat het procederen ten uiteinde toe in niets anders beftaan zou hebben, dan in Procedures by EdiSte, te~ gen ingedaagde gevlugte Perjonen gebruikelyk, behalve tl, dat voorn. J. P. van den Arend waarfchynlyk, zo als het Hof zich op pag, 40 uitdrukt, Onze Gecommitteerden kwalyk had bejegend.

Dog het zy Ons vergunt op zulk eene allegatie te refleéleeren:

Foor eerst, dat, hoe zeer Wy niet precies weten, of voorn van den Arend en Metzeiaar Boeren zyn geweest, het Ons echter heeft gefrappeert , dat zulk eene defcriptie van die Luiden door Hun Ed. Mog. gedaan is, om dat de Refolutien van UEd. Gr.' Mog-, tot die gevallen relatief, ten klaarften aantoonen , dat Metzelaar vertrouwd wierd woonachtig te zyn te Haastrecht, mitsgaders dat van den Arend te Berkel woonde, zo dat ten minfle één derzelver een Ingezeten van deze Provincie, en mitsdien, als de Privilegiën de Non Evocando in aanfehouw hadden moeten komen, daar van even zo goed zoude hebben moeten gauderen, als by voorbeeld een Burger der Stad Amsterdam; ten minften, dat Wy niet begrypen kunnen, welk onderfcheid het Hof daar in zoude gelieven te Rellen , hoe zeer het fchynt, als of Hun Ed. Mog tusichen Boeren en Burgers der /temmende Steden , of van deze UEd.

G 4 Groot

Sluiten