Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

850 july, ZAAKEN VAN 1786. V h

edele groot achtbaars heeren!

Hoe zeer ik in deze moeyelyke tyden, ter bevordering van de publieke rust, het 'er op toegelegd hebbe, om, met ter zyde Helling van myne byzondere begrippen, aan den wil en begeerte van een notabel gedeelte der Burgery en Schuttery te voldoen, zoo verre namelyk ik my zulks geoorloofd rekende, en uit die principes ook bereid zoude zyn, myne toeftemming te geven, dat het Collegie van Gecommitteerdens conform het Adres desaangaande, door de Vroedfchap wierde in den Eed genomen, zoo is en blyft het nogtans myn onveranderlyk fyftema, dat ik my zoude moeten veroordeelen, wegens het begaan van Mein-Eed, ingevalle ik van het Regeerings-Reglement, op die wyze, als het zelve op den 12 October laatstleden nog door my is bezworen, kwame aftegaan, door, zonder daar van alvorens wettig ontflagen te zyn, na een ander Reglement te handelen. Om welke volwigtige reden ik my in gemoede verpligt vinde, in dezen te moeten difficulteeren , gelyk ik ook het minfte aandeel niet hebbe in den Eed, welken veelen uit de Burgery en Schuttery op den avond van den 20 Maart dézes jaars hebben gelieven te praefteeren.

Edele Groot Achtbaar e Heeren l

Hebbe de eer met alle eerbied te zyn.

Uw Ed. Gr. Achtb. Onderd, en Gehoorzaam Dienaar.

(Was get.)

A. v, r0m0nbt.

den 25 J»h 178Ö.

VII.

Sluiten