Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

254 JÜ*i ZAAKEN VAN 178Ö.

ven tot het doen beëdigen van de benoemde 16 Perfoonen, als Gecommiiteerdens uit de Burgery; ik kan znlks te minder doen , om dat bet zelve direct zoude ftryden tegen het ifte Art. van 't 4de Hoofdft. van gemelde Reglement, 't welk dicteert, dat 'er behalven den permanenten Raad een beftendig Collegie van Gecommitteerdens uit de Burgery zoude zyn; ik kan dit Arr. op geene andere wy<!e begrypen, dan dat de introductie van dat Collegie gelyktydig met eenen per-. manenten Raad moet plaats hebben, om dus te dienen tot een tegenwigt tegen eenen permanenren Raad; gelyk ook altoos door de yverigfte vooiitanders van dat Coliegie begrepen is; dat hetzelve ten dien einde móefte geintro uiceerd worden.

Daar nu de Raad niet permanent is , kan ook dit Collegie niet in train gebragt worden , en zoude het na myn inzien onvoorzigtig zyn, een Collegie in den Eed te neemen , dat zoude dienen tot een tegenwigt van iets, dat niet is, en mogelyk nooit exteeren zal.

Het zyn deze redenen, waar by nog meerderen zouden kunnen gevoegd worden , die my verpligten tot het declineeren van het by Adresfen gedaane verzoek; dan zoude ik nog ten opzigte van 't laatfte Adres of Manifest van begrip zyn, dat het zelve nader in Commisfie diende te worden gelteld, ten einde, daar het zelve door de Requeftranten met bygevoegde Misfives aan de Hooge Bondgenooten is toegezonden, gelyk ook aan den Heer Ambasfadeur van Zyne Majefteit den Koning van Frankryk ter hand gelteld , geëxamineerd en des nodig gerefuteerd te worden, en de refpective Bondgenooten, midsgaders gemelde Heer Ambasfadeur ook van wegens de Vroedfchap van den toedragt van zaken mogen geinformeerd worden.

En zoude ik hier mede myn Advis kunnen befluiten, ware het niet, dat ik my verpligt rekende te declaren , dat ik geenszins kan advoueren het geen by Adres van den 20 Maart en by 't Adres of Manifest, van den 3 July, gelteld is, als of ik, door niet te kunnen voldoen aan de begeerte van de Requeftranten, aian hen de vryheid gelaten hadde, om over myne Raadsplaatze, 't zy dan van heden af of tegen den 12

Oc-

Sluiten