Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

july, STAAT EN OORLOG. 1786. 283

leen betuigen, dat de bedreigingen daar in vervat, geene verandering in mvne gevoelens kunnen te wege brengen , alzoo ik daarom altyd fhndvastig hoope te zullen blyven van om lief of leed niet afrewyken van het geen ik recht en billyk oordeele. Dan, op dat men mogelyk uit myn ftilzwygen niet afleide , dat ik het recht, het welk men zig by die declaratie fchynt toe te fchryven, erkend hebbe, agte ik het heden niet onnodig, (waartoe my mogelyk naderhand de gelegenheid mogt geweigerd worden) te verklaren , en in de Notulen van Uw Ed. Gr. Achtb. te doen aantekenen, gelyk ik thans, voor nu als voor als dan, verklare by deeze, dat, ingevalle men, volgens de gedaane bedreigingen mogt onderlhan, my van nrynen post als Raad te ontzetten, en een ander in myn plaats aanteltellen, ik die daad houden zal voor onwettig en van onwaarde, als gedaan zynde door Perfionen, tot het een en ander gansch onbevoegd , en my zeiven befchouwen als tegen alle recht en reden in myne wettige bezitting geftoord; terwyl ik, indien men, des ongeagt, evenwel, met omkeering van alle orde , daarmede mogt voortgaan , en ik my genoodzaakt vinden , voor eene grootere magt te wyken, ik my daar in getroosten zal met de Itreelende bewustheid, dat my znlks alleen overkomt, om dat ik als een man van eer< my aan recht, billykheid , eed en pligt gehouden hebbe; betrouwende dat alle weldenkende en niet misleide Menfchen myn gedrag in deze zullen billyken: daar ik my tevens op het oordeel van die zelfde weldenkende cn niet misleide Menfchen beroepe, en aan hunne beflisfing overlate of de hoonende en gruwelyke aamygingen , by gemelde declaratie aan de Meerderheid van dezen Raad gedaan , tot welke Meerderheid ik in dit opzigt ook behoore, verdiend zyn, al-:oo het aan niemand van den waren toedragt der zaken , alhier voorgevallen , behoorlyk onderrigt , onbekend kan wezen, hoe tea onregte ceze Vergadering word befchuldigd van onderdrukking en vertrapping der Burgery; befchukhgingen, welke alleen de zoodanigen verdienen , die een misbruik makende van hunne magt, anderen van hunne ïechten en bezittingen beroven ; en nitt zoodanige Regen.

Sluiten