Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3a aug. ZA AKEN VAN 1786.

Lit'. D.

edele mogende heeren.

Daar wy, by onze Misfive van den 4 deezer loopende maand, U Edele Mogende voorloopig hebben kennis gegeeven van de by ons geftelde or ire, om het Schip Stad en Lande , van 74 (tukken Kanon, volkomen op de Kameelen te zetten, even of het zelve daar meede dadilyk zoude worden afgebragt, ten einde raauwkeuiig te weeten wat kragt men met dezelve zoude konnen prafteeren , en welke meer rodig was daar by ie voegen, om de beide Scheepen var 74 nukkei Kinon, met gei:oegzaame zeeke-rheid, buiten deeze Haven te konnen brengen; hebben wy thans de eer U Ed. Mog by doezen te melden, dat zulks op dato dezer werkUellig is gemaakt, en daar van zeirs ooggetuigen zyn geweest, hebbende wy, tot onze verwondering, gezien, dat het voornoemde Schip daar meede is geligt, voor, tot op li en agter, tot op 14 voeten , en dus over het Lyf, tot op is£ voeten, en dat de eene Kameel zod-arig om hej Schip nebbe geilooten, dat de Commandeurs Schuit en Zwart, en andere deskundige Lieden, die wy over het afbrengen van de voorfz. twee Scheepen hebben geraadpleegt, eenparig verklaard hebben, dat zulks niet beeter hadde gekonnen , of was zelfs die Kaniet 1 naar het Schip gemaakt, terwyl de meercere afwyking van de andere waarl'cbynelyk is veroorzaakt , dcor dien dezelve wat te agterlyk was geplaatst en hooger ltond , door de overhelling van het Schip, wy twyffelen derhalven nu geenzins, tf de Scheepen zullen, enz.

* CXV1II.

Sluiten