Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sëpt. STAAT EN OORLOG. 1786. 289

Ed. Gr. Achtb. Heeren, "dar^ deeze flap, *c zy met eerbied gezegd! eene zydelingfche verdenking van U Ed. Gr. Achtb. fchynt aan te duiden. De Leden des Genootfchaps zyn ook te cordaat,om zulks te willen ontveinzen! De Stem, die dit Gr. Achtbaar Collegie ter Staatsvergadering nu en dan heeft uitgebragt, mag het oprecht en eerlyk bcfluit der meerderheid van U El. Gr. Achtb. Vergadering geweest zyn, mag overëenkomflig het beste weeten van U Ed. Gr. Achtb. zonder kwaade bedoelingen , zig ter Staats • Vergadering hebben doen hooren! De Leden des Genootfchaps willen zulks niet tegenfpreeken; alleen vraagen zy U Ed. Gr. Achtb., of zy niet eenigen grond hebben, om de uiterlte omzigtigheid in acht te neemen, daar de meerderheid deezer Ed. Gr. Achtbaare Vergadering altoos geyverd heeft, om de belangen van Hem vooneftaan, dien nu van achteren gebleeken is een Moordenaar der Burgers, en een Verraeier des Vaderlands te weezen?

De Leden des Genootfchaps erkennen , dat U Ed. Gr, Achtb. op den Stoel der eere gezeeten zynde, daarom niet ophouden menfchen te zyn, onderheevig aan vooroordeelen en dwaalingen; zy willen gaarne gelooven, dat U Ed. Gr. Achtb., in gemoede overtuigd, het beste der Eurgers hebben poogen daar te ftellen, door zo menigwerven te disfentieeren met de gevoelens der overige Leden ter Staats-Vergadering, wanneer het de belangen van den Stadhouder betrof! Zyzyn'er ook verre af, om de redenen te willen onderzoeken, waarom U Ed. Gr. Achtb., ten minden de meerderheid, van dit Gr. Achtbaar Collegie, zig altoos zo fterk, ren voordeele van den Heerscuzugtigen en den Burger Vryheid onderdrukkende Stadhouder, hebben doen uitmunten ; doch zy vermeenen gegronde redenen te hebben , om, met alle befcheidenheid en eerbied, van U Ed. Gr. Achtb. te mogen vertrouwen, vorderen en ver. wagten, dat, daar de Stadhouder, als de openbaare vyand der Burgers, zyne verraderlyke en bloedgierige oogmerken, door publique daaden, thans onwederfpreeklyk aan den dag heeft gelegd, U Ed. Gr. Achtb. edelmoedig genoeg zullen zyn, om, met eene grootmoedige aflegging,van nog overgebleeven vooroortleelen

XXXIV. deel. T en

Sluiten