Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OCT.

STAAT EN OORLOG. 1786. 181

toirst is, dat het derde Lid van de Staten dezer Provincie reeds van dien tyd af dat de drie Leden eenig aandeel in de Regeeringe der Provincie hebben bekomen , niet door de Stad Utrecht alleen, maar door dezelve benevens de Steden Amersfoort en Rhenen gereprefenteerd , en dat aandeel aan dezelve gezamenilyk opgedragen is ; gelyk ook van voor de oprichtinge der Republiek de Steden dezer Provincie tot alle de Vergaderingen der Staten zonder eenige interruptie, tot op heden toe, fteeds befchreven zyn om aldaar te helpen delibereeren en refolveeren, en ook daartoe gewoon zyn aldaar te compareeren: met dien verftande nogthans, dat by abfentie van eenige derzelver Steden, de Vergaderingen der Staten echter voor compleet moeten worden gehouden , wanneer de Steden en Leden behoorlyk zyn befchreven, gelyk dit nog onlangs, en wel op den 5 July jongstleden , wanneer wy meenden, om eene wettige reden ons van der Staten Vergaderinge te moeten abfenteren, by de Heeren Staten, en in het Lid der Steden mede by de Stad Utrecht begrepen is.

Zo als wy dan ook het genoegen hebben te ondervinden , dat U Edele Groot Mog. niet en heb. ben gedifficulteert in de erkentenis van de wettigheid der Vergaderingen van de Heeren Staaten alhier gehouden, niettegenftaande men op naam van de Vroedfchap der Stad Utrecht, en van de Magiftraat der Stad Wyk die Vergaderingen , tegen waarheid en beter weeten aan , als enkel uit de voorftemmende Leden beftaande, heeft willen, doen voorkomen.

En fchoon dit zo zeer tegen de waare forme van onze Regeeringe ftrydende fustenu in dezen wordt gedreven door zulken, welker geadfcribeerde qualiteit nimmer wettelyk is erkend, oordeelen wy ech» ter onze klagten hier over voor U Edele Groot Mog. niet te mogen verbergen; eensdeels om dat wy niet en zouden fchynen het zelve door ons ftilzwygen te avoueren; anderdeels omdat U Ed. Gr. Mog. op eene Vriendnabuurlyke wyze de Mediatie M 3 van

Sluiten