Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jAtf. STAATEN OORLOG, 1787. 197

is het prefenteeren van eenige Declararoiren, Adresfen, Requesten of iets diergelyks, ten opgemelden einde, aan iemand, wie het ook zyn moge, buiten den wettigen tegen woordigen Raad dezer Stad, hec geen dus by dezen aan ailen en een iegelyk, niemand uitgezonderd, wel fcherpelyk word verboden, en wyders verdaan, dat, indien een of meer Burgers of Ingezetenen , vergetende den Eed , of andere betrekking, waarmede zy aan deze Stad, en aan de bewaring van derzelver Voorregten, zoo naauw verbonden zyn, mogten bedaan, zig met hunne meergemelde disfentiëerende begrippen of met eenige Verzoekfchriften, vap zoodanigen aart, welker beoordeling aan de Vroedfchap dezer Stad toekomt, by iemand anders, waar en wie het ook moge zyn, buiten dezer Stads wettige tegenwoordige Regeering , te vervoegen, of wel van hunne vermeende bezwaaren eenig ander onwettig gebruik te maken , tegen alle dezelve en ieder van hen in het byzonder, ten rigoureuften zal worden gepro> cedeert, als tegen dezulke, welke de publieke rust en goede orde verdoren , en die zig dadelyk verzetten tegen die Magidraat, welke door zeer ver het grootfte gedeelte der Burgery voor hunne eenige wettige Overheid word erkend ; zullende Hun Edele Groot Agtb. aan de andere zyde ten allen tyde gereed worden bevonden, om alle zoodanige Burgers en Inwoners, welke met de daad tonen, den hoogden prys te dellen op des VolKs zoo duur gekogte Regten en Vryheden, met alle hunne vermogens by die diere en onfchatbare Panden te bewaren. — En worden de Heeren van den Ed» Agtb. Geregte yerzogt, op het maintien dezer erndig te vigileereri. - En op dat niemand hiervan onkundig zy, zal deze worden gedrukt, afgekondigd en aangeplakt, zoo als het behoord. - Aldus by de Vroedfchap der Stad Utrecht gearredeerd den 8 January 1787, en den ia dito daar aan volgende gepubliceerd.

In kennisfe van my,

J. W. DE RÜEVER.

>r< . N 3 V.

Sluiten