Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

s64 jan. ZAAKEN VAN J787.

niet geheel onwaarfchynlyk voorkomen, dat de gemelde Perfoonen zig welligt verder zouden konnen veroorloven , om ook onze bovengemelde nadere Aanfchryving, wanneer dezelve hun bekend zal worden voor geene op hun toepastlyk zynde inhibitie of verbod te houden, wy mitsdien in de tegenwoordige omftandigheeden van zaaken vermeend hebben, op de bovengemelde tweede refcriptie geene nadere Aanfchryving aan Schout en Geregte voorn, te moeten afvaardigen, immers voor en aleer wy geleegenheid zouden hebben gehad om aan U Edele Groot Jvlog. van al het gunt voorfz. is kennisfe te geeven; behalven dat wy tot finale uit dien wegruiming van alle verdere tegenftribbelingen , gaarne bepaaldelyk van Uwer Edele Groot Mog. intentie nopens het IVapenoeffewend Gezelfchap te Overfchie zouden geintormeert zyn, ten einde ons daar na prascifelyk te konnen reguleeren.

Waar meede,

Edele Groot Mogende Heeren'. zullen Wy God Almagtig bidden , U Edele Groot Mogende te willen houden in zyn Heilige Protectie.

Gefchreeven in den Hage den 26 January 1787.

(Onder ftond,)

Uw Ed. Gr. Mog. Dienstwillige,

De Gecommitteerde Raaden van de Staaten van Holland en Westvriesland.

(Lager ftond)

Ter Ordonnantie van dezelve, (Was geteekent,)

a. j. roycr.

Sluiten