Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jan. STAAT EN OORLOG. 1787. *95

lingen moet hebben , zal het aan den eenen kant geen jaloufie verwekken tusfchen Ingezetenen en Ingezetenen , en aan de andere zyde niet uitlooopen in eene fchaadelyke belemmering voor hun, die mét het een of ander gedeelte van 't Publiek beftuur belast zyn, om hunne Bedieningen tot waar nut en voordeel van dat Volk, 't welk zy helpen Reprsefenteeren, waar te nemen, en dus het Heil van % algemeen Vaderland, dat ook het hunne is , in alle opzichten te behartigen.

Dat ondertusfchen deze confideratien thans meer dan ooit in aanmerking moeten komen, en tot eene gepaste voorziening aanleiding behooren te geeven , eensdeels , om alle vrees, als of men, by 't beramen van middelen tot herftel der rust, het fundamenteel principe van eene repraafentative Regeeringsform , en van een noodzaakelyken invloed van 't Volk daarop, uit het ocg zoude kunnen verliezen, uit de gemoederen der goede Ingezetenen weg te neemen; en anderdeelsom voor te komen eene alzins pernicieufe, en het herftellings-werk al te zeer ondermynende verdeeldheid onder de Natie, welke het natuurlyk gevolg zyn moet van eene verfcheidenheid van plans en ontwerpen, uit hoofde van de aanleiding die daaruit meer dan waarfchynlyk geboren zou worden tot de allernadeeligtte verwarringen.

Dat om deze redenen zy Heeren Gedepu. teerden door de Heeren hunne Principaalen gelast waren , om in deeze Vergadering voor te dragen, en ten fterkften aan te dringen:

Voor eerst, dat ter voldoening aan Hun Edele Groot Mog. reeds genomen Kefolutie van den 13 December laatstleden (welke tot dat einde by welgem. Heeren Principaalen wel expresfeiyk wordt gereclameerd^ ten fpoedjgfte voortgang mag worden gemaakt met T 4 de

Sluiten